motieven voor mensen met een psychiatrische aandoening om te gaan sporten
Home
 

Inspiratie voor het buitenspelen

“Tikkie! Jij bent em!” en “Wie niet weg is is gezien!”. Het zijn zinnen die over het schoolplein gallen zodra de kinderen gaan buitenspelen. Toch lijkt het wel alsof er steeds minder kinderen buiten aan het spelen zijn. Daarom zijn er alternatieven zoals buitenspeeldag de wereld in geroepen. Hierbij gaan verschillende tv zenders op zwart, zodat kinderen geen reden hebben om binnen te zitten. Wat inspiratie nodig voor leuke buitenspeelspelletjes? Lees dan verder!

Knikkeren

Knikkers zijn er in alle kleuren en maten. Deze hebben ook allemaal een eigen naam. Deze naam verschilt echter wel vaak per regio. Ook de punten die je aan een knikker kunt toewijzen tijdens een spelletje kunnen verschillen. Voor knikkeren heb je veel verschillende spelletjes. De bekendste versie is dat je beide een knikker vanaf een bepaalde afstand met 2 vingers naar een speciaal putje in de grond schiet. Zo schiet je om en om tot er eentje in is. Je kunt elkaar ook dwarsbomen door de knikker van de tegenstander verder van het putje te tikken. Degene die als eerste zijn knikker in het putje krijgt, wint de knikker van de tegenstander. Je kunt dit ook meer meer knikkers tegelijk doen.

Balspelletjes

Zodra je een bal hebt, kun je al heel veel spelletjes doen. Denk bijvoorbeeld aan Stand in de mand. Bij dit spel sta je met een groepje om 1 speler die een bal vast heeft heen. Deze roept “stand-in-de-mand en de bal die is voor…” en roept een naam. Alle kinderen rennen weg, behalve degene van wie de naam is geroepen. Hij of zij vangt de bal en roept ”Stand in de mand!” Iedereen moet nu blijven staan op de plek waar die is gekomen. De speler met de bal mag nu 3 stappen doen en rolt de bal door iemands benenpoortje door. Diegene is nu af. De ronde begint dan weer opnieuw. Er zijn ook een hoop varianten op het spel door iedereen een aantal levens te geven of door elke keer een letter te krijgen tot er een woord is gevormd en je dan af bent (zoals ezel).
Een ander balspel is stoepranden. Hierbij heb je een straat nodig waarbij aan beide kanten een stoep ligt met een verhoogde stoeprand. Twee spelers staan tegenover elkaar en proberen de bal tegen de stoeprand aan de overkant te gooien. Zodra dit lukt krijg je een punt. Stuitert de bal terug, dan mag je naar voren rennen en de bal vangen. Dat herhaal je tot je bij het aantal afgesproken punten bent. Dit klinkt simpeler dan het lijkt. Want als je naar voren bent gelopen maar de medespeler krijgt te bal, mag deze je afgooien waardoor jouw laatste punt naar de medespeler gaat. Ook hier zijn veel varianten op.

Elastieken en touwtje springen

Bij elastieken gebruik je een groot elastiek van 3 meter. Dit elastiek wordt om de benen van twee spelers gespannen. Een derde speler springt nu allerlei figuurtjes in het middel van het gespannen elastiek. Hoe hoger het elastiek om de benen wordt gedragen, hoe lastiger dit wordt. Een ander springspel is het eeuwenoude touwtjespringen. Twee spelers draaien en touw rond, waar de overige spelers overheen springen. Hier zijn allerlei versjes en rijmpjes bij te verzinnen. Ook kunnen er twee touwen tegelijk gedraaid worden. Dit heet ‘Double Dutch’. Deze naam stamt af van kolonisten die naar New York zijn gegaan. Daar werd het spel overgenomen door Amerikanen.

Off 

31 juli 2016 This post was written by Categories: spelen Comments are off for this post


Top